Sensorische informatieverwerking

Onze zintuigen

Om te begrijpen wat sensorische informatieverwerking inhoud is het belangrijk om kennis te hebben van alle zintuigen in ons lichaam. Men weet vaak wel de 5 basiszintuigen op te noemen : kijken, horen, voelen, ruiken en proeven. Echter hebben we in de praktijk 8 zintuigen die prikkels kunnen registreren. Naast de ‘basis’ zintuigen zijn er ook nog de proprioceptie (spieren en gewrichten), het evenwicht en de interoceptie (prikkels vanuit het lichaam). Deze zintuigen kun je grofweg in twee groepen verdelen.

We hebben het over de (externe) zintuigen als we praten over het kijken (visus), horen (audio), voelen (tast), ruiken (geur) en proeven (oraal-sensorisch). Deze zintuigen verwerken prikkels die vanuit onze omgeving bij ons binnen komen. We hebben het over (interne) zintuigen als we praten over het gebruik van je spieren en gewrichten (proprioceptie), je evenwicht (vestibulair) en als laatste de prikkels uit je eigen lichaam (interoceptie). Deze zintuigen registreren prikkels vanuit uw lichaam zelf en reageren/handelen daarop.

Wat is sensorische informatieverwerking?

Sensorische integratie, sensomotorische problemen, overgevoelig of juist ondergevoelig zijn allemaal verschillende termen die men misschien wel eens gehoord heeft. Al deze termen vallen onder de overkoepelende term sensorische informatieverwerking. De term sensorische informatieverwerking wordt vaak afgekort tot prikkelverwerking of kortweg SI.
Onder sensorische informatieverwerking (SI) verstaan we het volgende: er komen prikkels binnen op je zintuigen -> deze worden verwerkt in je hersenen -> in onze hersenen zit een ‘filter’ die bepaald welke prikkels belangrijk zijn en welke niet ->hersenen labelen en reageren op de belangrijke prikkels -> er komt een reactie op de binnengekomen prikkels.

Maar wat als je problemen hebt met het registreren, verwerken en/of reageren op prikkels ?

Dan spreken we van een ‘stoornis’ in de sensorische informatieverwerking welke zich op verschillende manieren kan uiten in bovengenoemd proces. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan het feit dat de binnengekomen prikkels sterker of zwakker worden ervaren dan de bedoeling is. Daarnaast kunnen soms de zintuigen onderling niet goed met elkaar samen werken, waardoor het lastig is om ergens goed op te reageren. Of de filter in de hersenen kan anders zijn ‘ingesteld’ waardoor het lastig is om onderscheid te maken tussen belangrijke/onbelangrijke prikkels. Soms labelen de hersenen de binnen gekomen prikkels verkeerd, daardoor kan er een ‘verkeerde’ actie op ontstaan. Al deze factoren kunnen ervoor zorgen dat er een andere of afwijkende reactie of handeling op de binnen gekomen prikkels komt.

Alertheid en arousal

De onderlinge samenwerking tussen de zintuigen is belangrijk voor het krijgen van een goede concentratie tijdens activiteiten. Dit noemen we de zogenoemde alertheid. De alertheid van een persoon hangt nauw samen met zijn of haar algehele gemoedstoestand (arousal). Je bent beter in staat om prikkels te verwerken als je fit en uitgeslapen bent dan als je moe en ziek bent. Het is belangrijk dat de zintuigen hierbij de juiste hoeveelheid afgestemde prikkels binnen krijgen. Zo kun je op een voor jou fijne manier prikkels ontvangen, verwerken en op reageren in de situatie waarin je je bevindt. Jouw lichaam is zo in staat zich op een juiste manier voor te bereiden op de taak die gevraagd wordt. Zo ben jij in staat om te ervaren, begrijpen en te leren van (fysieke) ervaringen.

De benodigde hoeveelheid input op een zintuig is afhankelijk van het vermogen om op dit zintuig goed te kunnen registreren. Dit vermogen wordt in de literatuur vaak onderverdeeld in : een overgevoelig zintuig (weinig input nodig), neutraal zintuig of ondergevoelig zintuig (veel input nodig). Al deze voorkeuren per zintuig kun je samenvatten in een sensorisch profiel. Kennis over je eigen sensorisch profiel kan je helpen om te begrijpen waarom je in het dagelijks leven tegen sommige problemen aanloopt. Problemen in de sensorische informatieverwerking kunnen grote invloed hebben op onze sociaal-emotionele behoeftes en op ons fysiek functioneren.

Wat zijn voorbeelden van problemen in de prikkelverwerking bij kinderen en volwassenen?

Voorbeelden van problemen bij overprikkeling van de zintuigen: Sneller vermoeid dan anders, problemen met de aandacht en concentratie, last van stress, heftige emoties bij onverwachte gebeurtenissen/aanrakingen, huilen zonder oorzaak, moeite het inslapen/doorslapen, bewegingsonrust, overlopen van emoties, veelvuldig hoofdpijn/buikpijn, afzonderen/vluchten in drukke situaties.

Voorbeelden van problemen bij onderprikkeling van de zintuigen: hyperactief, (extreem) impulsief, zelfstimulerend gedrag, gebrek aan concentratie, moeite met stilzitten, rusteloosheid/bewegingsonrust, niet bereikbaar/in gedachten zijn, ogenschijnlijk vermoeid, continu kunnen slapen ondanks goede nachtrust, vraagt veel aandacht van andere mensen, chaotisch in handelen, continu op zoek naar prikkels

Bovenstaande opsommingen laten ook een overlap zien van symptomen bij overprikkeling en onderprikkeling. Het is belangrijk om hier door een gespecialiseerd therapeut goed onderzoek naar te doen. Zij kunnen verklaren of de symptomen door overprikkeling of juist door onderprikkeling komen. Ondanks dat de symptomen hetzelfde zijn, is het advies en de aanpak wezenlijk anders.

Invloed van ervaringen en stress

Positieve ervaringen

Het opdoen van positieve en negatieve ervaringen in het leven kunnen van invloed zijn op de sensorische informatieverwerking. Door het opdoen van positieve ervaringen zijn we in staat om te leren en vooruit te komen. Dat wordt ook wel het ‘lerend brein’ genoemd. De positieve ervaringen zorgen ervoor dat onze zintuigen zich ontwikkelen en steeds meer prikkels begrijpen en aankunnen. Ook leren de zintuigen daardoor steeds beter samen te werken en af te stemmen op de situatie. Doordat ze de situatie gaan herkennen stemmen ze de acties daar op voorhand al op af. Dit noemen we het ‘voorspellend brein’. Het brein is zo sneller in staat om daar op een juiste manier op te reageren. Ieder mens maakt zo zijn eigen unieke patroontjes aan voor het omgaan met een en dezelfde situatie. Deze patronen staan in verband met jouw unieke sensorisch profiel en sensorische behoeftes.

Negatieve ervaringen

Negatieve ervaringen kunnen ook van invloed zijn op onze prikkelverwerking. Deze ervaringen zorgen ervoor dat de alertheid van onze zintuigen scherper staat afgesteld in de desbetreffende situatie. Het lichaam bevindt zich sneller in een opperste paraatheid (fight/flight/freeze reactie) en analyseert eerst of de situatie wel ‘veilig’ is. Daarna maakt het een afweging of en hoe het gaat handelen in deze situatie (vaak gebaseerd op de eerdere ervaringen). De zintuigen kunnen op dit moment ook minder prikkels aan en zullen sneller overprikkeld raken bij teveel input. Een negatieve ervaring in het verleden zal eerst in een veilige en vertrouwde omgeving weer als positief moeten worden gelabeld. Daarna zal men weer in staat zijn om als vanouds te kunnen reageren.

Stress

Stress heeft directe invloed op onze fysieke gesteldheid. In periodes van stress zijn wij minder goed in staat om de prikkels uit onze omgeving op een juiste manier te labelen en te verwerken. De hersenen hebben bij stress meer moeite om onderscheid te maken in belangrijke en niet belangrijke prikkels. Doordat ze moeite hebben met onderscheid maken gaan ze op alle prikkels reageren. Wanneer de hersenen niet voldoende kunnen ontprikkelen zie je dat het vermogen om de prikkels te filteren steeds moeilijk wordt. Dit kan resulteren in fysieke en mentale klachten.

Sensorische informatieverwerking in relatie tot ziekte en/of trauma

Mensen met een hersenaandoening of (kortdurend) hersenletsel als gevolg van een trauma kunnen problemen hebben/krijgen met de sensorische informatieverwerking. De hersenen zijn minder goed in staat om de prikkels om ons heen te filteren waardoor ze sneller (dan voorheen) overprikkeld kunnen raken. Deze overprikkeling kan grote invloed hebben op het dagelijkse functioneren. Ook kunnen er problemen ontstaan met de aandacht en het kunnen concentreren op een taak of activiteit. Vaak heeft dit te maken met het niet goed meer kunnen onderscheiden van de hoofdprikkels en de achtergrondprikkels. Hierdoor wordt je continu afgeleid omdat de hersenen zijn getraind om te reageren op de laatst binnen gekomen prikkel.

Het vraagt vaak om opnieuw te kijken naar het sensorisch profiel van iemand en in te zoomen op de problemen die zijn ontstaan door de hersenaandoening en/of hersenletsel. Door het begrijpen van de veranderingen in het sensorisch profiel en het handelen daarop aan te passen in de desbetreffende situatie kan men meer grip ervaren op het uitvoeren van hun dagelijkse activiteiten.

Sensorische informatieverwerking in relatie tot leeftijd

Wanneer we ouder worden en meer op leeftijd komen, wordt het vermogen om op prikkels uit de omgeving te reageren en hiervan te leren en te ontwikkelen minder snel en flexibel. Maar dat betekent niet direct dat we daardoor ook minder prikkels aan kunnen of minder behoefte hebben aan prikkels. Ook op latere leeftijd kun je nog steeds dingen leren en je verder ontwikkelen. Bovendien hebben de hersenen inmiddels door ervaring veel geleerd en al veel verbindingen gemaakt in herkenbare situaties. Voor het leren en reageren in een nieuwe situatie of activiteit vraagt het vaak om een bewuste aanpassing om goed en adequaat in deze situatie te handelen.

Voor mensen met dementie neemt de werking van het rationeel denkende brein langzaam af, waardoor het emotionele brein meer de overhand kan gaan nemen. Hierdoor zie je vaak ook dat deze groep mensen sneller last kan hebben van overprikkeling of juist onderprikkeling. Het start bij mensen met dementie vaak met een veranderde waarneming van de zintuigprikkels door een minder goede filtering van het brein. Ze krijgen dan te weinig of te zwakke informatie over de omgeving en hun eigen lichaam, of juist te veel en te sterke informatie. Doordat het rationele brein niet goed meer in staat is om de omgeving in zich op te nemen is het van belang dat mensen met dementie een continu maar gedoseerde aanvoer van dynamische prikkels binnen krijgen om de wereld om zich heen te begrijpen en geactiveerd te blijven. Bewegen en ervaren op de interne zintuigen in ons lichaam kunnen hierbij vaak helpend zijn.

Sensorisch waardevol en afgestemde omgeving

Om als persoon goed te kunnen ervaren/ontwikkelen/functioneren is het belangrijk dat de de ruimte geschikt en ingericht is voor de taak die je daar moet uitvoeren. Dat noemen we binnen de prikkelverwerking een sensorisch waardevol en afgestemde omgeving (met de juiste begeleiding). Een sensorisch waardevol en afgestemde omgeving kan per persoon en per functie verschillen. Ook hangt het nauw samen met het doel van de ruimte en de taak die je daarin zou moeten vervullen. De literatuur onderstreept een sensorische waardevolle omgeving steeds meer als toegevoegde waarde voor onze ontwikkeling. Een omgeving die past bij jouw sensorische profiel/sensorische behoeftes zorgt ervoor dat je in de juiste alertheid komt en makkelijker de dag kan doorkomen. Mensen met overwegend ‘gevoelige’ zintuigen hebben meer baadt bij een prikkel gedoseerde omgeving en mensen met overwegend ‘ondergevoelige’ zintuigen hebben meer baadt bij een prikkelende en stimulerende omgeving.